Tegendruppels

Ik leg mij toe op staren naar de regen.
Tenminste, als de zon het niet vergalt.
Bij blauwe lucht en witte wolken valt
dit genre staren immers danig tegen.

Nochtans ben ik de zon echt wel genegen
wanneer zij, maanziek, ijle liedjes lalt.
Voor mij zijn die te hoog (ik ben een alt),
dus neurie ik wat schaduw op de wegen.

Terwijl ik ga van schaduwvlek naar vlek,
zie ik de eerste regenplas verschijnen.
De weg te gaan krijgt snel de kleur van pek.

De klamme kilte slaat neer op mijn huid.
Ik ga naar huis, ik open de gordijnen
en staar naar tranen glijdend langs de ruit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *