Categorie archief: Gezongen gedichten

De enige echte

Wellicht is dit de laatste keer
dat jij je schoen zet bij de haard.
Je hebt wel door dat zo’n meneer
die uit een auto stapt, het paard

op stal laat, mijter, witte baard,
een gouden staf en wat nog meer
in zijn verkleedkoffer bewaart,
dat die omwille van de sfeer

de grote vriend van ieder kind
wil imiteren. Elke klaas
en elke schoensmeerzwarte piet

die men in warenhuizen ziet,
is vals, dat weet de domste dwaas.
Vannácht komt pas de échte Sint!

(2006)

Il est deux heures vingt

il est deux heures vingt
déjà
les ombres s’allongent
dans le jardin
et là, au loin, passera le train
coupant le paysage en deux
et ce jour pâteux

Zinloos

op het moegestreeld klavier,
deels verzonken in de bodem van de taal,
liggen verdronken vingers

hun laatste zin verzilt,
gekronkeld rond het anker
van het niet verwoorde

opgedragen aan mijn lieve vriend Daan de Ligt, die op 22 augustus 2016 overleed

Werkzoekende

Werkzoekende - Daan de Ligt

Werkzoekende – Daan de Ligt



Hier kunt u de door mij gezongen versie beluisteren.

Het groenpoepkuiken

Het groenpoepkuikenIk ben het groenpoepkuiken.
Ik grobbel in het gras,
ik strubbel door de struiken
en plodder op de plas.

Ik ben het groenpoepkuiken,
herkenbaar aan mijn roep,
aan mijn manier van duiken
en aan mijn groene poep.

Ik ben het groenpoepkuiken,
jij slappe bruinkwakhoen!
‘k Laat jou een poepje ruiken
en let wel… het is groen.

De gingginger

tekening door Jaap van den Born

tekening door Jaap van den Born

In een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.

Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.

‘k Heb zo’n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.

Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!

Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.
Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.

(melodie – behalve regel 9 en 10 – uit de film “Miss Potter” – “Let me teach you how to dance”, gezongen door Ewan Mc Gregor, gecomponeerd door Nigel Westlake)

De paaskorneel

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

De paaskorneel is blauw-met-rood,
dat doet hem zo’n verdriet.
En bovendien is hij niet groot,
geen droezel die hem ziet.

Veel liever was hij groen-met-geel,
de kleuren van de lente.
Dus kijkt hij sip (en ook erg scheel),
zoekt troost in smots met krenten.

Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 - Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 – Druppelsgewijs

door de tijd beslagen
krijgen herinneringen een waas
zoals het lang ongebruikte glas
dat achter in de kast staat

weet je nog of je zoet of bitter dronk?
of het tikken van twee glazen klonk?
of daarbij ogen straalden, stemmen streelden?

je slaat breekbare gedachten tegeneen
en wat je toen zo zeker wist
tracht je nu opnieuw te weten

elk heden heb je slechts te leen
over de grens van het moment
ligt het druppelsgewijs vergeten

(Dit was het “Gedicht van de Stad Ronse” in 2010, naar aanleiding van de wedstrijd voor Gedichtendag. Eerst stond er een fout in de tekst, die werd na drie jaar eindelijk verbeterd, maar nu is wel het jaartal verkeerd…)

Er was een meer en er was zon

Le lac d'Ailette

we toerden op het grijze meer, we tuurden naar de grijze kant

Er was een meer en er was zon,
het blauw werd door geen wit gestoord.
De bootjes wenkten: kom aan boord.
Het was nog vroeg, de dag begon

alsof hij dag en nacht zou duren.
De maan nog steeds of reeds in zicht
genoot van ongesluierd licht
dat ons door wimpers heen deed gluren.

We reserveerden vast een boot,
om twee uur kon de pret beginnen.
Dus eerst nog zwemmen (dat was binnen)
en wandelen (het park was groot).

Een pick-nick met du pain, du vin
(in Frankrijk eet je op z’n Frans),
het grijs greep onderwijl zijn kans
en maakte aan mooi weer une fin.

We voeren uit, het zwemvest aan,
daarboven nog een regenjas,
de paraplu kwam goed van pas,
ook ín de boot ging water staan.

We toerden op het grijze meer,
we tuurden naar de grijze kant.
Een uur nadien, terug aan land,
het zwemvest uit… de zon kwam weer!

(Dit gedichtje schreef ik na ons heel leuk verblijf in Center Parcs Le Lac d’Ailette, een mooi park op 15 km van Laon.)

Saamhorig

telkens als wij samen zitten
ik met een glaasje wijn
zij altijd met haar watertje
dan lijkt het net of wij een paartje zijn

neen, wij vallen niet op vrouwen
en dus niet op elkaar
maar als het wel zo was
dan viel ik vast op haar

de vonken in haar ogen
de felheid in haar stem
als zij zich weer eens kwaad maakt
niet op mij maar wel op hem
ik luister en voel mee
wij zwijgen elk om beurt
de ander praat voor twee

en ik weet onderhand :
zij eet haar soep lang niet zo heet
als deze aan het soepbuffet
meermaals in haar kom belandt

wanneer zij samen met de sla
weer lacht tot z’ervan krult
is mijn genegenheid voor haar
tot boven aan de rand gevuld