Categorie archief: In vrije vorm

Zinloos

op het moegestreeld klavier,
deels verzonken in de bodem van de taal,
liggen verdronken vingers

hun laatste zin verzilt,
gekronkeld rond het anker
van het niet verwoorde

opgedragen aan mijn lieve vriend Daan de Ligt, die op 22 augustus 2016 overleed

Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 - Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 – Druppelsgewijs

door de tijd beslagen
krijgen herinneringen een waas
zoals het lang ongebruikte glas
dat achter in de kast staat

weet je nog of je zoet of bitter dronk?
of het tikken van twee glazen klonk?
of daarbij ogen straalden, stemmen streelden?

je slaat breekbare gedachten tegeneen
en wat je toen zo zeker wist
tracht je nu opnieuw te weten

elk heden heb je slechts te leen
over de grens van het moment
ligt het druppelsgewijs vergeten

(Dit was het “Gedicht van de Stad Ronse” in 2010, naar aanleiding van de wedstrijd voor Gedichtendag. Eerst stond er een fout in de tekst, die werd na drie jaar eindelijk verbeterd, maar nu is wel het jaartal verkeerd…)

Saamhorig

telkens als wij samen zitten
ik met een glaasje wijn
zij altijd met haar watertje
dan lijkt het net of wij een paartje zijn

neen, wij vallen niet op vrouwen
en dus niet op elkaar
maar als het wel zo was
dan viel ik vast op haar

de vonken in haar ogen
de felheid in haar stem
als zij zich weer eens kwaad maakt
niet op mij maar wel op hem
ik luister en voel mee
wij zwijgen elk om beurt
de ander praat voor twee

en ik weet onderhand :
zij eet haar soep lang niet zo heet
als deze aan het soepbuffet
meermaals in haar kom belandt

wanneer zij samen met de sla
weer lacht tot z’ervan krult
is mijn genegenheid voor haar
tot boven aan de rand gevuld

Nazomer

wat staan de ogen hoog vanmorgen
hoger dan de zon
dan de neus
die voelt hoe fris het is
en zich terstond een rode kleur aanmeet
gezelschap voor de mond

de nazomer, sleepboot van de herfst, passeert
scharlaken bakens door ochtendkou uitgezet

Strijd

Knijp in mijn hart
mocht het bezwijken,
streel mijn grijze haren zwart.
Wrijf me warm met terpentijn
ontdoe me van de lagen schijn,
boenwas die ik als ambrozijn
aan ziel en lichaam heb gevoerd.

Leg dan op mijn geboortebed
je lakens van lankmoedigheid.
Wek mij met woorden van gemis
eens dit harnas genezen is
en ik weer klaar ben voor de strijd.

La primavera

Spring-Fairy-Ruth-SandersonDe prachtige tekening “Spring Fairy” van de Amerikaanse tekenares Ruth Sanderson inspireerde mij tot het schrijven van het gedicht “La primavera”. Ruth was zo vriendelijk mij toelating te geven haar tekening op mijn website te plaatsen.

La primavera

jaloerse minnaar
je verjoeg de herfst met zijn warme kleuren
uit schrik dat hij me zou bekoren
je huilde in kale bomen
omdat ik sliep in je paleis van ijs
onder je witte deken
je zuchtte op plassen en beken
die onder je kille adem bevroren

nu je me wakker kust, hoor ik je vragen
of ik dit jaar de kristallen kroon zal dragen
die op de troon naast de jouwe rust
neen, en toch ben ik jouw koningin
want wat geen sterveling vermoedt
wij zijn voorgoed geliefden
al is ons samenzijn steeds kort
omwille van ons groot verschil

buiten ligt het leven stil
zolang ik hier bij jou vertoef
lief, ontdooi je koude armen
al dat dode maakt mij droef
ik wil de aarde weer verwarmen
hoor je de vogels die me roepen?
open de poorten, dit is mijn dag!
ik strooi bloemen langs mijn pad
volg mij in je laatste oogopslag

La primavera

oh jealous lover
you chased autumn with his warm colours
frightened that he would charm me
you wept in leafless trees
because I slept in your castle of ice
under your white blanket
you sighed on puddles and brooks
that froze under your cold breath

now that you wake me with a kiss
I hear you asking if this year
I will wear the crystal crown
that lies on the throne next to yours
no, and yet I’m your beloved queen
whereas no mortal soul suspects
we are for ever lovers
although the moments we share are rare
because of everything that parts us

outside life is standing still
as long as I remain with you
dearest, thaw your icy arms
this lifeless nature makes me sore
I want to warm the earth once more
d’you hear the birds that are calling?
open the gates, this is my day!
I’ll sprinkle flowers on my way
follow me at your last glance

(c) Vera De Brauwer

Voyeur

Met “Voyeur” won ik de eerste prijs in categorie C van de Julia Tulkens poëziewedstrijd 2010.

 
Het kopen van de bundel "O amor natural" inspireerde mij tot het schrijven van "Voyeur". Foto door Marijke Van Welden.

Het kopen van de bundel “O amor natural” inspireerde mij tot het schrijven van “Voyeur”. Foto door Marijke Van Welden.

Voyeur

 
tijdens een zonbestoven middagpauze
winkelwandel ik naar het tweedehands literair salon
waar ik nooit zonder gezelschap buiten kom
mijn flemende vinger streelt de namen van dichters
wiens bravoure verstilde
wiens bundel men kwijt wilde
wegens
te vernieuwend, te oud
te braaf, te stout
te hermetisch, te open
of gekregen wat men nooit zelf zou kopen
 
wie zal ik behoeden voor het onverschillige stof
dat noch de verwaande, noch de bescheiden dichter ontziet?
daar prijkt onverwacht de begeerde bundel
warmbloedige verzen, met kunde vertaald
ongeschonden, hij lijkt haast niet aangeraakt
gulzig sla ik het eerste blad om
struikel languit
over de opdracht
hoe zij met Valentijn 2007 wou verdrinken
in zijn blauwe ogen
ik voel me een indringer in hun verhaal
een dief, een voyeur, ik zou dit niet mogen…
en dan het besef dat dit boek werd verkocht
dat het lezen, bespotten en zelfs het verscheuren
van dit tweede blad mocht
 
 
 

geschreven na het kopen van de door August Willemsen vertaalde bundel “O amor natural” van Carlos Drummond de Andrade, in boekhandel De Slegte in Gent

Lieverling

Te lezen op de achterkant van het scheurblaadje van 13 februari 2013 van De Druivelaar:

ValentijnchocoladeLieverling

is het een woord dat reeds bestaat?
ik zoek het op
ik typ het in
hoe snel dat gaat!
in minder dan een kwart seconde
wordt het vijfhonderd keer gevonden
en ik die dacht…

sssst
niets gelezen, niets gehoord!
laat ik opnieuw beginnen

lieverling
hoorde je ooit een mooier woord?

Intriest – Vriê triestig

daar waar het kippenhok niet staat komen er al paaltjes uit de grondde lage zon schildert een zebrapad
in onze diepe, lege tuin
de buren leveren boomzwarte verf
wij een grasgroene straat
daar waar het kippenhok niet staat
komen er al paaltjes uit de grond
met grijs kippengaas errond

zal ik oversteken? gaan kijken
waar ik later eieren zal rapen
stront van legstokken schrapen

ach, stel je voor dat het noodlot
de trein die ginder verder rijdt
vandaag plots van de sporen scheidt
zoals een dooier van het wit
dan tokken hier bij voorbaat
zulke intrieste weeskipjes

Voor de liefhebbers van Vlaamse dialecten zong ik het ook eens in het dialect van mijn jeugd. Dit is de streektaal van de regio ten noorden van Gent (Oostakker, Zaffelare, Lochristi…), niet te verwarren met het Gents, wat totaal andere klanken kent.

Van de regen in de soep

regen, regen, regen, het is zo triest
zie die blozende tomaten huilen in de groententuin
de boontjes schurken tegen elkaar aan
zoeken troost onder het doorbuigend blad
de sla staat met haar voeten in het nat
kon ze maar haar krullend kapsel schudden
dan vlogen druppels in het rond

ik sop door de paadjes van watersnood
red een courgette van de verdrinkingsdood
help een selder uit zijn lijden
met de belofte aan een warme pan en verse kruiden
“en…?”
nou vooruit, een flinke portie room!

Gedicht geschreven n.a.v. “Poëzie in het Park” (Amsterdam Wereldboekenstad zomer 2008 – het Bijlmerpark) en tot mijn verrassing gepubliceerd in de jaarbundel 2008 van de OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam). Toen Jos van Hest (die samen met Riet Lamers de bundel samenstelde) bij de voorstelling van de bundel vroeg of ik het gedicht ook ging zingen, spoorde dat mij aan om tijdens de lange autorit naar huis een gezongen versie te bedenken. Deze is een “vertaling” naar het Vlaams dialect van mijn jeugd. Hieronder staat een poging tot fonetische notering van dit dialect.

Van de reëne in de soepe

reëne, reëne, reëne, ’t es zuû triestig
zie nekieër oe dat die bleuzende tomatten
schriemen in de groenselhof
de beuntjes schurken teën mekoar
zoeken truûst onder ’t deurbuiënd blad
de saloa stoa mee eur voeten in ’t nat
kost ze moar eur krullen schudden
dan vloën druppels in ’t ronde

ik soppe deur de wegelingskes die onder woater stoane
‘k redde een koerzet van de verdrinkingsduû
‘k elpe nen selder uit zijn lijën
mee de belofte oan een weirme panne en verse kruiën
“en?”
allez veuruit, een goeë scheute ruûm