Categorie archief: In vrije vorm

Alkoven van de slaap I

hoewel het beschrijfbaar deel van mijn geheugen
binnen handbereik in het nachtkastje lag
dacht ik ook zonder aanknippen van licht
te kunnen onthouden wat onontbeerlijk leek

helaas

hoe ik ook de nissen van mijn verbeelding betast
ik voel niet waar ik stenen uit kan breken
geen gleuf waar een pincet in past
slaap kan overtuigend zwijgen

Alkoven van de slaap II

ik droom haar – nogmaals – tot leven
met donker krullend haar en bleke huid
waarop restanten van een sproetenknal
een moederlijk heelal, uitdijend
in de gezichten van mijn kinderen

ze praat en lacht
onwetend van de aftakeling
die komt, daar ben ik zeker van
daar helpt geen praten tegen
geen lachend schudden met het gezonde krullenhoofd

hoe een mens, zelfs slapende, zijn dromen niet gelooft

De vlaag

Vlieger2
hij maakte haar een vlieger
met lichte houten latjes
en bruin boterpapier
tekende ogen, neus en mond
wat het kind zo grappig vond
knoopte een staart met strikjes

toen ging hij rusten:
het was zondag

’t kind kon niet wachten
en moeder, zelf nog meisje,
pakte spoel en koord
vader sliep wel voort

kleine benen draafden door het veld
strikjes dansten in de wind
net als de vlechtjes van het kind
tot de vlieger met geweld
werd meegesleurd en even snel
teruggegooid

de rouwstoet trok naar huis
geknakt, geschonden, waardeloos ding
wisten zij zich
nog vóór de tweede vlaag
die volgen ging